bestuur in beweging
De burger bepaalt
D66 is opgericht om de burger meer feitelijke invloed te geven op de politieke besluitvorming. Logisch dus dat D66 vindt dat de burger bepaalt, vinden we dat niet allemaal?
Amsterdammers hebben echter lang niet altijd het gevoel echt te bepalen, dat kan beter. Onze gemeenteraad zal vaker in moeten grijpen in de verstarde uitvoeringsorganisatie om zaken te veranderen. Ook is
de gemeenteraad in steeds grotere mate afhankelijk van andere organisaties. Woningcorporaties, schoolbesturen en verzelfstandigde diensten hebben grote invloed op wat wel en wat niet mogelijk is in de stad. Daarom moet het opdrachtgeverschap, het inkopen van diensten voor inwoners, door de politiek beter worden ingevuld. De opdrachtnemers moeten wensen en klachten van cliënten serieus nemen en hier ook wat mee doen. Indien nodig moet het instellen van overleg tussen de afnemers van diensten en de instellingen afgedwongen worden. De gemeente moet de instellingen niet alleen afrekenen op kwantitatieve indicatoren, zoals meetbare doelstellingen, maar ook kritisch kijken of de instellingen een positieve bijdrage leveren aan het leven van de bewoners van Amsterdam.
De uitvoeringsorganisatie loopt op veel terreinen vast. Denk aan de
problemen in de jeugdzorg, re-integratie, infrastructurele projecten,
inburgering. De overheid heeft lang niet altijd zelf het probleemoplossend
vermogen. De ambities van bestuur en ambtelijk apparaat moeten aan
elkaar gekoppeld zijn. D66 wil investeren in een goede
uitvoeringsorganisatie en het profiel van het ambtelijk apparaat toespitsen op creativiteit, ondernemerschap, innovatie, efficiëntie en
kostenbewustzijn. De organisatie moet resultaatgericht en niet
procesmatig zijn ingesteld. Lef en doorzettingsvermogen moeten worden
beloond en niet afgestraft. Goed opdrachtgeverschap en
probleemoplossend vermogen horen in onze eigen organisatie thuis. De
bedrijfscultuur moet inspirerend zijn en het beste uit mensen halen.
D66 gebruikt drie kernbegrippen om het handelen van de stad
Amsterdam te beoordelen: Verantwoordelijkheid, de gemeente moet doen waar zij verantwoordelijk voor is. Transparantie, de gemeente moet zodanig handelen dat alle partijen kunnen begrijpen wat er precies gebeurt. En ten slotte: Aanspreekbaarheid, als iets mis gaat wat binnen de verantwoordelijkheid van de gemeente valt moet de gemeente
daarop aanspreekbaar zijn.
Juist in de eigen omgeving moet de burger kunnen bepalen. Met de
huidige inspraakpraktijk komen inwoners pas aan het woord als plannen
in zo’n vergevorderd stadium zijn dat je nog slechts kunt instemmen of tegen zijn. D66 wil dat er bij het vaststellen van de procedures meer wordt ingezet op voorinspraak, contact met burgers en belangengroepen in de planfase. De gemeente moet bij complexe besluiten deze
inzichtelijk maken door inwoners alternatieve scenario´s voor te leggen. De politiek blijft verantwoordelijk voor een afgewogen besluit na een vlotte en transparante procedure.
Inwoners hebben het beste met hun omgeving voor. De gemeente moet
allereerst de burger informeren en faciliteren, en alleen indien
noodzakelijk bijsturen. De burger moet voelen dat hij een medestander heeft in de gemeente bij het verbeteren van zijn woning en omgeving.
De gemeente moet als uitgangspunt nemen dat inwoners naast hun
eigen belang ook aan algemene belangen hechten. Vertrouwen in de ander is het startpunt bij vergunningverlening, administratieve
procedures en handhaving.
Bij de overheid die D66 wil, hoort een sterk opdrachtgeverschap. Dat is
helaas nu lang niet altijd het geval, denk alleen al aan de jeugdzorg of
de Noord-Zuidlijn. Realistische budgetten en duidelijke prestatieafspraken en een gemeenteraad die het nakomen van die afspraken nauwlettend volgt. Op dit terrein is een cultuuromslag noodzakelijk.
D66 wil een toegankelijke en bereikbare gemeente. Deze kan sterk
worden verbeterd, door verruiming van de openingstijden, het bieden
van diensten via internet en het handhaven van duidelijke servicenormen.
Besturen op niveau
De wereld verandert, dus de vraag hoe we ons in het hier en nu moeten
organiseren zal altijd terugkomen. Het gevoel om bij Amsterdam te horen
is bijzonder sterk, een identiteit die meer mensen aanspreekt dan de
inwoners van de stad Amsterdam alleen. D66 ziet Amsterdam als het
hart van een grotere metropoolregio met een enorm potentieel. Feitelijk is ook Rotterdam onze haven, Delft ons onderzoekscentrum en Den Haag onze internationale wijk. Samenwerking buiten de gemeentegrenzen is daardoor in toenemende mate van belang. Ons politiek-bestuurlijke systeem zal mee moeten groeien, maar wel met democratische legitimiteit.
De internationale kijk die D66 heeft op onze samenleving, doet ons inzien
dat sommige bestuursvraagstukken opgelost moeten worden op
Europese schaal. Als de consistentie van beleid niet in gevaar komt ligt het democratisch optimum juist dichtbij de burger in het stadsdeel. D66
signaleert een complex en niet optimaal bestuurlijk model in en om
Amsterdam en zoekt naar mogelijkheden en meerderheden voor de
diverse noodzakelijke herzieningen van ons bestuurlijk stelsel.
Binnen de bestaande structuur zullen de Hollandse G5, Amsterdam
Rotterdam, Den Haag ,Utrecht en Almere de bestaande
complementariteit en onderlinge samenhang versterken. Op Europese schaal zullen de G5 een sterkere identiteit moeten ontwikkelen, het Hollandse landsdeel werkt internationaal samen en de G5 beconcurreren elkaar niet.
Haal de Olympische spelen naar HOLLAND, alleen de Hollandse
combinatie is sterk en groot genoeg om de spelen in 2028 te
accommoderen, concurrentie tussen de Hollandse steden is daarbij niet
wenselijk.
Veel van het vervoer van mensen en goederen is regionaal, wat dat betreft is er reden voor een stadsregio als bestuurslaag. Maar de besluitvorming in de stadsregio is weinig transparant en slechts indirect democratisch gelegitimeerd. De stadsregio heeft een begroting van honderden miljoenen en heeft naast wegen en vervoer ook taken gekregen op het gebied van jeugd, ruimte, wonen en economie. D66 wil dat het besluitvormingsproces van de regio transparanter en democratischer wordt. Zolang dat niet gerealiseerd wordt, is een uitbreiding van het takenpakket in elk geval niet gewenst.
Met ingang van 2010 zal het aantal stadsdelen worden teruggebracht naar zeven; alle stadsdelen kennen dan de schaal van een flinke provinciestad. De democratisch gekozen stadsdeelraden veronderstellen een duidelijk omschreven autonomie, D66 maakt zich er hard voor dat de
bevoegdheden van de stadsdelen ruim zijn en goed worden vastgelegd.
De gemeenteraad en het stadsbestuur zullen de eenheid in de stad
moeten bewaren door met de 7 stadsdeelbesturen de grootstedelijke
agenda te bepalen. De centrale stad moet minder meesturen en minder
discussie en analyse uit stadsdelen overdoen. Dat kost tijd, geld en
energie. B&W moet zich meer richten de regionale thema’s en via de
stadsdelen weer informatie meenemen naar de regio.
Het bestuur van de metropool Amsterdam neemt duidelijk de regie als er
sprake is van grootstedelijk belang (zoals bij het Rijksmuseum). Dat
gebeurt al door het instellen van grootstedelijke projecten. De centrale
diensten zijn opdrachtnemer van stad en stadsdelen, gebaseerd op
bestuurlijke afspraken tussen stad en stadsdelen. D66 wil de rol van
kennisbank van de centrale diensten verstevigen.



