Amsterdam, internationale marktplaats van kennis en creativiteit
Kansen creëren en kansen benutten
‘A crisis is a terrible thing to waste’. Dat moet wat D66 betreft de leidende gedachte zijn voor het economisch beleid van de gemeente. Amsterdam is een open, internationale economie en dit vraagt, zeker in het huidige economische klimaat, om een flexibele en dynamische arbeidsmarkt. Wij willen dat zoveel mogelijk mensen op deze arbeidsmarkt actief zijn, want werken betekent meedoen. We streven naar die maximale participatie op de arbeidsmarkt door zowel de vraag naar arbeid als het aanbod van arbeid te stimuleren: kansen creëren en kansen benutten.
Dubbele uitdaging
De economische crisis en de toenemende vergrijzing stellen ons voor een
dubbele uitdaging: het op korte termijn tegengaan van gevolgen van de
negatieve conjunctuur en tegelijkertijd werken aan structurele, lange
termijn maatregelen om de toekomstige krapte op de arbeidsmarkt tegen
te gaan.
D66 richt zich op versterking van een veelzijdige, gemengde economie
met een grote diversiteit in bedrijvigheid: dienstenverlening, transport &
logistiek, horeca & detailhandel en creatieve industrie. In deze economie isplek voor iedereen.
Amsterdam moet blijven investeren in de snel groeiende
diensteneconomie en de bijbehorende vraag naar vakmensen. De grotere
toestroom in het onderwijs als gevolg van de economische crisis moet
benut worden om zoveel mogelijk mensen aan een startkwalificatie te
helpen.
D66 wil dat de stad investeert in banengroei. De huidige arbeidsmarkt
vraagt om een andere aanpak van arbeidsre-integratie. Meer geld voor reintegratie is niet de oplossing. Uitgangspunt moet zijn dat er banen
worden gecreëerd waarvoor het economisch risico bij de ondernemer ligt.
D66 wil de economische bedrijvigheid in de stad stimuleren door te
investeren in aantrekkelijke vestigingsplaatscondities en het ondersteunen van startende en kleine ondernemers. Naast facilitator voor startende ondernemers heeft de gemeente een belangrijke rol als vragende partij, die voor de uitvoering van geprioriteerde beleidsdoelstelling regelmatig ondernemers en andere zelfstandigen inhuurt.
Het re-integratiebeleid van rijk en gemeente heeft de laatste jaren gefaald. Een serie onderzoeken, laatstelijk van de Amsterdamse Rekenkamer, geven aan dat een enorme investering nodig is in individuele re-integratie, terwijl het netto effect van een individueel re-integratietraject beperkt is. Wat D66 betreft moet het doel van re-integratiebeleid niet het legen van de kaartenbak zijn, maar zoveel mogelijk Amsterdammers aan een baan helpen. Daarom wil D66 af van de loonkostensubsidie, die reële verdringing op de arbeidsmarkt veroorzaakt. In plaats daarvan wil D66 reintegratiemiddelen inzetten voor om- en bijscholing, zodat de vraag op de arbeidsmarkt gestimuleerd wordt door een sterker aanbod. In tijden van crisis is het des te lastiger om werkloze Amsterdammers aan een baan te helpen. De focus moet dan ook liggen op het activeren van Amsterdammers op korte afstand tot de arbeidsmarkt, om zodoende te voorkomen dat meer Amsterdammers langdurig werkloos raken.
D66 zet zich in voor extra stageplekken en financiering van begeleiders
in alle sectoren van de economie om de aansluiting op de arbeidsmarkt
te bevorderen.
Het Midden & Kleinbedrijf (MKB) is een belangrijke sector in de
Amsterdamse economie. Veel MKB-ers hebben echter te maken met
overvallen en criminaliteit. D66 vindt het belangrijk dat deze
ondernemers veilig hun bedrijf kunnen laten groeien en bloeien. Het Keurmerk Veilig Ondernemen is een goede methode om de veiligheid in winkelstraten en op bedrijventerreinen te verbeteren. D66 is voorstander van het actief stimuleren en uitrollen van dit Keurmerk Veilig Ondernemen over de hele stad.
Het faciliteren van werkende ouders met jonge kinderen is een belangrijk
punt voor D66. Maximale arbeidsparticipatie is alleen mogelijk als er
geïnvesteerd wordt in voldoende, betaalbare, flexibele kinderopvang en
buitenschoolse opvang en het zoveel mogelijk aanpassen van schooltijden aan werktijden. Overigens is opvang niet alleen van belang voor de werkende ouders, deze opvang biedt ook een omgeving waarin een kind zich kan ontwikkelen in gezelschap van leeftijdsgenootjes.
Hogeropgeleide kenniswerkers en vakmensen vormen een keten in de
stad. Zonder goede zorgverleners, onderwijzers, politiemensen en
professionals in de kinderopvang, horecaondernemers en middenstand
was Amsterdam niet die aantrekkelijke woon- en werkstad die ze nu is.
Andersom geldt dat zeker ook. De aanzuigende werking van een
moderne kenniseconomie begint aan de top. Hoogwaardige werkgelegenheid creëert banen op alle niveaus. We moeten ervoor zorgen dat jonge mensen durven te kiezen voor vakopleidingen. Kenniswerkers en vakmensen werken slim samen.
De marktplaats van kennis
Op de internationale markt zijn innovatie, kennis en creativiteit
doorslaggevende concurrentiewapens. In Nederland profileren
verschillende regio’s zich als kenniscentrum op specifieke deelterreinen.
Amsterdam is daarbij het internationaal knooppunt in het netwerk van de
kenniswerkers en kennisorganisaties. De stad moet zich dan ook
manifesteren als hét centrum van de creatieve economie in Europa.
Waar in ‘Den Haag’ nog vaak wordt gedacht dat de high tech maakindustrie voorrang verdient, moet duidelijk gemaakt worden dat de Amsterdamse dienstensector de toegevoegde waarde levert voor ontwikkeling van kennis en innovatie in Amsterdam en de rest van Nederland.
In deze netwerkeconomie is steeds meer plaats voor kleine, startende
ondernemingen. D66 wil investeren in tariefdifferentiatie en microkredieten voor startende ondernemers. Daarnaast moet in het economisch beleid aandacht komen voor "doorgroeiers": bedrijven die
erin slagen personeel aan te nemen en een eigen kantoor te zoeken na hun start in eigen huis of in een bedrijfsverzamelgebouw. Juist groeiende bedrijven zorgen voor werkgelegenheid door het aannemen van extra personeel en het inhuren van persoonlijke dienstverleners, zoals beveiliging, catering en schoonmaak. Van de ondernemers die het zwaarst worden aangeslagen moeten waar mogelijk de lasten verlicht worden, zowel absoluut als in papierwerk.
De regiometropool Amsterdam is essentieel voor het Nederlands
vestigingsklimaat. Door beter samen te werken met andere
innovatieregio’s in Nederland en in de Randstad in het bijzonder kunnen
we het draagvlak versterken voor een meer krachtige nationale visie op de metropool Amsterdam en de kans op extra rijksinvesteringen in grote
infrastructurele en woningbouwprojecten vergroten.
D66 wil de opkomst van Smart Work Offices en startercentra stimuleren,
door bijvoorbeeld renovatie van oudere kantoren. Daar is niet alleen plaats voor kleine startende ondernemingen maar ook voor telewerken door medewerkers van bedrijven die zo dichter in de eigen buurt kunnen
werken en buiten de files blijven. Bedrijven en ontwikkelaars die actief zijn in het aanbieden en ontwikkelen van bedrijfsverzamelgebouwen kunnen startende bedrijven ondersteunen bij hun zoektocht naar een geschikte lokatie.
Een laptopwerker moet zich thuis kunnen voelen in Amsterdam. Op
pleinen en in parken wil D66 dan ook volledig gratis wireless netwerk: "I
Amsterdam Online". Door het gemeentemerk te willen verbinden aan de
private aanbieder moet Amsterdam dit kosteloos mogelijk maken.
D66 wil investeren in netwerken met contacten tussen kleine en grote
bedrijven en onderwijsinstellingen van verschillende niveaus. Zo kan daar
een zogenaamde Third Space worden geschapen, waar op het snijvlak
van kennisinstellingen en bedrijven open innovatie ontstaat. Amsterdam
Bright City is hier een goed voorbeeld van.
D66 wil dat Amsterdam zich sterker profileert als stad voor ‘cross media,
marketing en creatieve concepten’ . Deze competenties spelen een
steeds belangrijkere rol in innovatieprocessen. Het gaat al lang niet meer
om technologische ontwikkeling alleen. Dat is wat Amsterdam
onderscheidt en toevoegt aan hightech steden als Eindhoven en
Wageningen. Juist door samenwerking kunnen we waarde toevoegen en
het vestigingsklimaat van Nederland bevorderen.
Bereikbaarheid: van bouwputten naar verbindingen
Amsterdam moet de kansen benutten die er nu liggen om de stad beter
op de kaart te zetten als een wereldstad: om te bezoeken, te wonen en te investeren. Dat begint bij de verbindingen: Amsterdam is door de
lucht een van de best bereikbare steden ter wereld. De stad zelf is ondertussen een van de traagste steden in de wereld; van A naar B
gaan kost in Amsterdam te veel tijd.
De Noord-Zuidlijn moet afgebouwd worden. Amsterdam maakt met een
metrolijn dwars door en onder de stad een historische sprong in haar
bereikbaarheid, én voltooit een project dat uniek is in de wereld: een
metrolijn aanleggen onder een stad gebouwd op palen. Tegelijk is de
Noord-Zuidlijn in het afgelopen decennium verworden tot het grootste
falen van het Amsterdamse gemeentebestuur, met als gevolg een
loodzware rekening voor de Amsterdammer. Gemeente en gemeenteraad
hebben niet de wijsheid in pacht, zeker niet waar het gaat om een
megaproject dat zoveel specialistische kennis behoeft. Een volgend
project krijgt pas de steun van D66 wanneer gezaghebbende
internationale bureaus het project hebben doorgelicht, de risico’s
worden gedeeld en de stimuli voor opdrachtnemers gericht zijn op een veilige, kosteneffectieve en onvertraagde uitvoering met mogelijkheden om fouten te sanctioneren.
Waar Rotterdam een havenstad is, is Amsterdam een luchthavenstad.
Geen stad van de omvang van Amsterdam heeft het bestemmingennetwerk dat Schiphol biedt. Vanuit Oslo, Brussel of Wenen
wordt niet op Seattle, Dar es Salaam en Jakarta gevlogen, vanaf Schiphol wel. Die unieke positie van de luchthaven maakt Amsterdam als
wereldstad mogelijk, brengt de wereld voor alle Amsterdammers
dichterbij en levert 65.000 directe en 65.000 indirecte arbeidsplaatsen op. Hoofdkantoren van bedrijven zullen zich alleen in Amsterdam willen
vestigen of willen blijven als de kwaliteit van het netwerk en de frequenties op peil blijven en zich richting opkomende economieën als India, China en Brazilië ontwikkelen. Schiphol is wat D66 betreft dan ook niet los te zien van de Amsterdamse ambitie om marktplaats van kennis en creativiteit in de wereld te zijn.
De zo nu en dan terugkerende discussie over een vliegveldeiland in de
Noordzee biedt voor D66 geen oplossing voor de luchtvaartontwikkelingen. Schiphol moet zich kunnen ontwikkelen op de
huidige locatie, binnen de geluidsnormen en binnen de huidige contouren
voor het banenstelsel. Schiphol moet het wel ‘verdienen’ en ervoor zorgen dat de kwaliteit van de leefbaarheid in het omringende gebied
fors en versneld verbetert. De luchthaven moet zijn beloftes waarmaken en alle overeengekomen groengebieden realiseren. Grondlawaai moet worden beperkt. Het gebruik van schonere en geluidsarmere toestellen moet worden gestimuleerd.
Ontwikkeling van Schiphol moet zo duurzaam en overlastarm mogelijk
plaatsvinden. Amsterdam moet zich daarbij richten op het faciliteren van
een groen Schiphol. Dat betekent hoge frequentie van trein- en
busverbindingen tussen stad en luchthaven. De Zuidas en Schiphol
zullen zich verder ontwikkelen als belangrijkste centra van de Nederlandse economie én de Nederlandse infrastructuur. Binnen die ontwikkeling moet de Noord-Zuidlijn worden aangesloten op de luchthaven. Waar het de positie van Schiphol niet schaadt, is
Amsterdam voorstander van de ontwikkeling van chartervervoer op omringende luchthavens.
Maar naast luchthavenstad is Amsterdam ook een belangrijke havenstad.
De Amsterdamse haven blijft van groot belang voor de economie en de
internationale concurrentiepositie van de Metropoolregio. De haven is
een bron van bedrijvigheid en biedt veel werkgelegenheid voor lageropgeleide mensen; werkgelegenheid waar in Amsterdam ook veel behoefte aan is. De haven moet zich naast overslag blijven
concentreren op het creëren van toegevoegde waarde (zoals assemblage) op de producten die de haven passeren. De steeds groter wordende zeeschepen en de toename van de cruisevaart op Amsterdam moeten gefaciliteerd worden. Daarom is D66 voor de aanleg van een nieuwe grote zeesluis bij IJmuiden. Daarmee wordt niet alleen het
vervoer over water bevorderd, de nieuwe sluis is vooral nodig om rederijen in de gelegenheid te stellen te varen volgens een strak tijdschema. De ontwikkeling van de nieuwe sluis is een bestaansvoorwaarde voor een gezonde ontwikkeling van het Amsterdamse havengebied en een basis voor grote investeringen door bedrijven langs het Noordzeekanaal. En daarmee de werkgelegenheid.
Bij de verdere ontwikkeling van het havengebied is het zaak dat de
hectares haventerrein veel efficiënter worden benut. Alleen dán kunnen de Wijkermeerpolder en Spaarnwoude met de Houtrakpolder groene buffers blijven tussen Amsterdam en IJmuiden. Die buffers zijn nodig ten behoeve van natuur en recreatie.
Amsterdam heeft nog steeds een beperkt hotelaanbod: de gemeente
moet juist in deze tijd het hotelaanbod op peil brengen voor een
aantrekkende economie. Dat betekent blijven zoeken naar nieuwe locaties, en belangrijke investeerders de ruimte geven. Aan de doelstellingen in de Hotelnota 2010 voor hotels binnen de ring wil D66 vasthouden.
Amsterdam moet af van haar taxitrauma. De onbetrouwbaarheid van
Amsterdamse taxi’s is de grootste smet op het internationale aanzien
van de stad. Sinds de liberalisering van het taxiverkeer in 2000 is de
regelgeving een landelijke aangelegenheid. Dat blijkt niet te werken. D66
wil dan ook herziening van de wetgeving zodat gemeenten door middel
van een eigen verordening regels kunnen stellen én kunnen afdwingen.
Zolang er waarschuwingen voor de Amsterdamse taxi’s in de reisgidsen
staan en Amsterdammers niet kunnen rekenen op vaste tarieven en
betrouwbare chauffeurs moet de gemeente elke dag controleren. D66
vindt dat de gemeente niet moet afwachten, omdat het registreren van
misstanden en samenwerken met taxiondernemingen die de situatie
willen verbeteren direct resultaat heeft.
Zodra Amsterdam hiervoor de bevoegdheid heeft wil D66 een
‘passengers bill of rights’ voor taxipassagiers naar New Yorks model: passagiers hebben recht op de kortste route, een schone taxi, een beleefde chauffeur en de mogelijkheid om zowel contant als met creditcard te betalen. Alle taxi’s moeten voorzien zijn van GPS-functie
die een centrale de mogelijkheid geeft te controleren of een taxi geen omwegen heeft genomen. De klant moet centraal komen te staan.
Het Foodcenter in Amsterdam West zorgt voor veel overlast voor
omwonenden. Marktplaatsen als deze zijn vanouds gevestigd aan de
randen van een stad, vroeger aan de rand van de oude binnenstad en
vervolgens in de jaren 30 aan de westelijke rand van de stad. Nu ligt
het midden in het nieuwe stadsdeel Amsterdam West. Bovendien komen niet alleen veel toeleverende bedrijven, maar ook veel afnemende
partijen van buiten de stad. Daarom is D66 voor het verplaatsen van het Foodcenter naar een knooppunt van infrastructuur in het Westelijk Havengebied. Het huidig terrein kan dan worden herontwikkeld tot een nieuwe stedelijke wijk.
Kansen benutten
Amsterdam moet volgens D66 haar positie claimen. De wereld kent
Amsterdam, meer dan Nederland of Holland. Het merk hoeft alleen nog
maar aangeprezen te worden. Toch lijkt Amsterdam een schuchtere speler tussen de wereldsteden. Amsterdam investeert minder dan
directe concurrenten in citymarketing en zakt weg op internationale ranglijsten van leefbaarheid en investeringsklimaat. Bovendien moet het beeld kloppen met de werkelijkheid, anders is I Amsterdam als citymarketing niet geloofwaardig en verspilde moeite. Amsterdam moet zichzelf niet alleen ‘verkopen’ als vrijzinnige, creatieve en tolerante stad, maar het ook zijn en blijven.
D66 wil de opbrengsten van toeristenbelasting volledig investeren in het
verbeteren van de gastvrijheid van Amsterdam en het marketen van de
stad in de wereld.
Amsterdam heeft de unieke kwaliteiten van een wereldstad in huis:
daarom moet de stad als eerste continentaal-Europese stad tweetalig
worden: wie tijdelijk in Amsterdam verblijft moet wat D66 betreft volledig in het Engels kunnen functioneren. Niet alleen door Engels in het Openbaar Vervoer, ook door Engelstalige communicatie met gemeente en politie. Een vergunning aanvragen of aangifte doen moet in Amsterdam mogelijk zijn in de wereldtaal.
Amsterdam huisvest de grootste internethub van de wereld en loopt
voorop in de aanleg van een glasvezelnetwerk. De positie van
Amsterdam als ICT stad wil D66 versterken door te investeren in state of the art digitale dienstverlening.
De ZuidAs wordt in de komende periode door Amsterdam in nauwe
samenhang met zijn partners in de rijksoverheid en in het private speelveld doorontwikkeld.
Van hindermacht naar helpende kracht
Iedere Amsterdammer wordt geconfronteerd met bureaucratie. Voor een
kapvergunning, verblijfsvergunning of het regelen van kinderopvang. De
grootste frustratie van zowel ondernemers als expats die naar de stad
komen is eindeloos papierwerk.
Voor ondernemers, klein en groot, wil D66 een ‘lex silentio’ invoeren. De
gemeentelijke overheid moet zoveel mogelijk werken met algemeen
geldende regels. Voor bonafide ondernemers wordt de vergunningsplicht
zoveel mogelijk vervangen door een meldingsplicht. Hiermee wordt
bureaucratie beperkt en het ondernemingsklimaat verbeterd.
D66 wil minder regels. Een wereldstad als Amsterdam behoort
ondernemers te laten bepalen wanneer hun winkel, restaurant of café
open is. Wat D66 betreft schaft de stad sluitingstijden af en erkent de
gemeente de gehele stad als gebied waar op zondag de winkels open zijn. Dat is niet alleen goed voor de economie: vrije openingstijden in steden als Groningen tonen aan dat minder regels een stad veiliger kunnen maken.
De internationale ‘community’ is nog te veel geïsoleerd van de
Amsterdamse ondernemers. De gemeente moet hier bewuster op sturen
door beide doelgroepen vaker gezamenlijk uit te nodigen voor events.
Onmoetingen kunnen leiden tot economische spin-off.
De open economie is Amsterdams sterkste wapen. D66 wil daarom dat
Amsterdam zich manifesteert als ‘easy to settle city’: Het expatcenter
op de ZuidAs, een voorstel van D66, draagt daar aan bij. Wat D66 betreft wordt het expatcenter geüpgrade tot een Full Service Expatcenter, waar de tijdelijke Amsterdammer in één dag alles kan regelen: van verblijfsvergunning tot parkeervergunning, en van tandarts tot school voor de kinderen. Expats voelen zich dan snel thuis en kunnen gaan beginnen met bijdragen aan economie en cultuur van de stad.



