Column Gerrit Jan Wolffensperger: hoop en vertwijfeling
Donderdag 4 juni was een opmerkelijke dag. Voor mij een dag die begon met hoop, en eindigde in vertwijfeling. Hoop was er, toen ik Barrack Hussein Obama zijn toespraak zag houden (dank aan de internationale media!) tot de Arabische wereld. Wat een prachtig verhaal, uitgesproken alsof hij het ter plekke bedenkt, met een boodschap van vernieuwing en verzoening die je achterlaat met het gevoel dat je naar een historische gebeurtenis zit te kijken. Dat de wereld in de eenentwintigste eeuw misschien ècht een beetje beter gaat worden. Lees hier de nieuwe column van Gerrit Jan Wolffensperger! Donderdag 4 juni was een opmerkelijke dag. Voor mij een dag die begon met hoop, en eindigde in vertwijfeling. Hoop was er, toen ik Barrack Hussein Obama zijn toespraak zag houden (dank aan de internationale media!) tot de Arabische wereld. Wat een prachtig verhaal, uitgesproken alsof hij het ter plekke bedenkt, met een boodschap van vernieuwing en verzoening die je achterlaat met het gevoel dat je naar een historische gebeurtenis zit te kijken. Dat de wereld in de eenentwintigste eeuw misschien ècht een beetje beter gaat worden.
De vertwijfeling sloeg toe toen ik die avond, alweer achter de televisie, de uitslagen van de Europese verkiezingen volgde. Allereerst natuurlijk de monsterzege van het geblondeerde fenomeen Wilders. Laat ik korter door de bocht zijn dan politici: als Wilders ooit minister president van dit land wordt overweeg ik te emigreren. Dat is geen gebrek aan respect voor de democratie, dat is het aanvaarden van de uiterste consequentie ervan.
Pleister op de wonde was natuurlijk de prachtige overwinning van D66, resultaat van een combi waaraan geen andere partij kan tippen: een alomtegenwoordige partijleider, een perfecte lijsttrekster en een klinkklare boodschap. Het slappe verwijt van verliezers dat een “Ja” tegen Europa zou betekenen dat je de nuances niet ziet gleed af als waterdruppels van een eend.
Maar dan het slotdebat. Het is natuurlijk op zich al een gotspe dat je het resultaat van de Europese verkiezingen niet bespreekt met de lijsttrekkers maar met de fractievoorzitters, en dan ook nog verbaasd bent dat ze het meteen over landelijke politiek gaan hebben. Maar wat een zooitje! Een soms onverstaanbaar pandemonium van door elkaar schreeuwende politici in een holle ruimte, onderbroken door gejoel van verspreid opgestelde aanhang. Geen wonder dat de satelliet het soms niet meer zag zitten.
Ik kon mij niet onttrekken aan de neiging om de deelnemers als tv-criticus te gaan beoordelen. Mark Rutte deerniswekkend in zijn eenzaamheid, maar tot mijn afschuw af en toe bijna voetjevrijend met Wilders die hij liefdevol aanspreekt als “Geert”. Pieter van Geel van wie ik mij achteraf nooit kan herinneren wat hij ook al weer zei, ook al parelen de zweetdruppels op zijn voorhoofd. Agnes Kant, toch een redelijk mooie meid, die verandert in een boze heks als ze zich overschreeuwt in haar poging om tegelijkertijd Wilders en Jan Marijnissen te evenaren. En dan die arme Mariëtte Hamer. Angstig in het defensief, met een gezicht dat voortdurend lijkt te zeggen: sla me niet, alsjeblieft, sla me niet.
Femke Halsema hield zich rustig, ze heeft mijn grote sympathie, maar zij wordt bedreigd door een onverbiddelijk fenomeen in de politiek: ze is aan het einde van haar houdbaarheidsdatum. Alexander Pechtold zag, denk ik, dat er in dit debat niet veel meer te winnen was dan er al gewonnen wàs. Ook hij hield zich terecht kalm, deel van zijn handelsmerk, met af en toe een (poging tot) aanval op Wilders.
Ja, dan die Wilders. Het griezelige is dat je, hoe groot ook je afkeer is, telkens weer moet constateren dat hij in het debat bij vlagen briljant is. Hij neemt het initiatief, en slaat iedereen om de oren met het gelijk dat voor redelijke mensen zo moeilijk te pareren valt: het gelijk van de vismarkt. Geert Wilders is levensgevaarlijk, niet omdat hij zo slecht is, maar omdat hij soms zo goed is.
Met één overpeinzing bleef ik na de kakofonie nog zitten. De politici zochten de verklaring van het grote succes van Wilders in de politiek, in het al dan niet duidelijk zijn van de boodschap, in eigen of andermans tekortschieten. Zou het niet zo kunnen zijn dat een deel van dat succes voortkomt uit de enorme onzekerheid die het volk dagelijks door de media wordt aangepraat vanwege de kredietcrisis? Maar dat kan je als politicus niet zeggen, want dan lijkt het of je jezelf wilt vrijpleiten, en de politiek tot onmachtig verklaart.
Gerrit Jan Wolffensperger was voor D66 wethouder van Amsterdam, lid van de Tweede Kamer en fractievoorzitter. Van 1998 tot 2003 was Wolffensperger voorzitter van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep. Hij woont nog steeds in Amsterdam, en vervult nu een groot aantal bestuursfuncties
Meer nieuws
- In vijf stappen naar een moderne en flexibele gemeente 11-5-2012
- Dichte bruggen Amstel zorgen voor verkeerschaos 10-5-2012
- Kunstwerk duurzame energie onthuld 10-5-2012
- D66-raadslid Sahin verlaat gemeenteraad Amsterdam 8-5-2012
- D66 wil een kleinere en flexibele gemeente 5-5-2012
- D66 Amsterdam wil Dag van de Dienstverlening op 1 mei 2-5-2012
- D66 blij met aanbesteding fiscale parkeerhandhaving 27-4-2012
- D66: kansen voor Amsterdam Agenda 26-4-2012
- D66 wil oplossing voor groeiend tekort basisschoolplekken Zuid 25-4-2012
- Amsterdammer moet kunst Noord/Zuidlijn kiezen 23-4-2012




word lid