Beluister deze pagina met proReader

De stad als theater

woensdag 24 november 2010

In een nieuw Stadsgesprek sprak raadslid Sebastiaan Capel met 'monumentenman' Walther Schoonenberg over de pleinen, regels en openbare ruimte. Lees hier het verslag

 

 

Walther Schoonenberg is vooral bekend als de secretaris van de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) en zijn strijd voor de monumenten. Net als ik is hij een fan van schrijvers over de stad Jane Jacobs en Richard Florida. Schoonenberg is een geboren en getogen Amsterdammer, komt uit een horecagezin op de Vijzelstraat en is een overtuigd stadsmens. Hij heeft altijd zijn fototoestel bij zich om foto’s te maken van de gebouwen en de openbare ruimte van Amsterdam. In dit Stadsgesprek hadden we het deze keer minder over de monumenten, en meer over de openbare ruimte rondom die monumenten. De setting was zeer toepasselijk, met uitzicht op het water van de Kloveniersburgwal en de voormalige Lutherse Kerk, nu het Compagnietheater.


“Als gebouwen zich beschaafd opstellen, gedragen de mensen zich in de openbare ruimte ook beschaafd”

 

Een sterke openbare ruimte

 

De openbare ruimte is de context waarin gebouwen staan en een goede wisselwerking tussen die twee is van groot belang om de stad te doen leven, zo stelt Schoonenberg: “Door een stad te beschadigen met slecht ontworpen gebouwen kan je nooit een mooie openbare ruimte realiseren. Je moet aansluiten bij de gebouwen die er al staan.” Gebeurt dat niet, dan ontstaan er plekken die niet stedelijk zijn, die geen functie hebben voor de stad en niet gebruikt worden door de mensen. En Schoonenberg ziet een verband tussen wat hij “stedelijke beschaving” noemt, de gebouwen en de openbare ruimte. Als voorbeelden van onbeschaafde gebouwen noemt Walther de nieuwbouw aan de Nieuwezijds Kolk en de Filmacademie. “Die zijn echt compleet out-of-context. Dat heeft meteen gevolgen voor de openbare ruimte eromheen en het gebruik ervan.”

 

Pleinen zijn de ultieme vorm van openbare ruimte, een ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers. Walthers favoriete plein in Amsterdam is het Spui: “Het is smaakvol ingericht, gericht op de voetganger en er is echt een “stedelijke vloer” gerealiseerd. Ik geniet ook van de boekenwinkels en bij slecht weer kan je droog zitten bij Luxembourg.” Volgens Walther Schoonenberg moeten pleinen ook van steen zijn, “gras is voor buiten, voor de koeien”, en moeten ze niet vol staan met objecten. Het nieuwe Rembrandtplein vindt hij niet geslaagd: “Het is niet ruimtelijk, het zijn meerdere pleinen in een. Eerst de steen rondom en dan dat plantsoen in het midden. En het materiaal is ook niet geschikt. Al dat marmer, het lijkt wel de begraafplaats van Rembrandt.”

 

Walther ziet in door hem bezochte steden in het buitenland prachtige pleinen, en ook een openbaar leven dat hem zeer aanspreekt: “Bijvoorbeeld in Sevilla, waar rond vijf uur iedereen gaat flaneren, maar het mooiste plein vind ik dat van Siena. Dat plein is echt een theater voor het stedelijk leven, het loopt ook af, zoals een echt theater. Je ziet er mensen gewoon op de grond zitten, koffie drinken, kletsen, dat is stedelijke beschaving.”

 

De creatieve klasse

 

Als zelfverklaard boekenwurm leest Walther veel over de stad, zo ook het boek “The rise of the Creative Class” van Richard Florida, waarin het belang van de kennisintensieve economie en creatieve industrie wordt beschreven. “Dat boek is een van de belangrijkste boeken van de afgelopen decennia. Het laat zien dat historische steden bij uitstek geschikt zijn voor creatieve mensen. Vanouds hebben steden een netwerkfunctie, ontmoeten mensen elkaar hier en dat sluit aan bij de wensen van de laptop-werkers”. Schoonenberg ziet ook dat de grachtenpanden weer “op de oude manier” worden gebruikt, als combinatie van wonen en werken. Hij wijst op de dreiging in de jaren ’70 dat de binnenstad een exclusief zakengebied zou ontstaan. “Dat is gelukkig niet gebeurd en nu zie je dat de binnenstad juist zo sterk is door de combinatie van wonen, werken en recreëren. En dat is precies wat nodig is voor de moderne kennis- en creatieve economie!”

 

 

Beperkt aantal goede regels

 

Als beschermer van monumenten en met zijn inzet voor UNESCO-titel wordt Walther, en de VVAB, vaak verweten dat ze voor vertrutting zijn van de binnenstad en meer regels. Maar Schoonenberg, kind uit een horecagezin, denkt daar anders over: “Zonder regels zou de horeca alles overnemen, dan is de balans verstoord. Maar het zijn niet meer regels die nodig zijn, maar een beperkt aantal goede regels en handhaving daarvan, dat is nodig in de stad! En er zijn ongetwijfeld ook veel truttige regeltjes, maar het opstellen van goede regels is ook heel moeilijk.” Hij ziet echter dat zodra er gehandhaafd wordt, er snel “vertrutting” wordt geroepen en dat klopt niet, volgens Walther.

 

Walther Schoonenberg ziet het afschaffen van de stadsdelen door dit kabinet daarom ook als een nachtmerrie. “Het stadsdeel Centrum is het bastion om functiemenging te waarborgen. Als dat er niet is, voorspel ik dat er over tien-twintig jaar geen wonen meer is, maar dat de binnenstad een pretpark is geworden. Ik denk dat Jane Jacobs voor het stadsdeel Centrum zou zijn.” Ook voorspelt Schoonenberg dat zonder regels er geen openbare ruimte over zou blijven, omdat uitstallingen, terrassen en parkeerplekken die zouden overnemen. “Daarom breek ik een lans voor een sterke overheid, die zorgt dat alle functies samen kunnen gaan en niet de sterkste functie de andere verdringt.”, zo stelt Walther.

 

Historische vergissingen

 

Naast beschermer van bestaande monumenten, zet Walther Schoonenberg zich in voor het herstellen van “historische vergissingen”. Overigens ziet Walther sommige daarvan wel als begrijpelijk, zoals het dempen van grachten vanwege de stankoverlast en de ongezonde situatie in de 19e eeuw. Maar andere vergissingen begrijpt hij minder goed: “De Filmacademie aan het Mr Visserplein is volgens mij nog net gerealiseerd voor de binnenstad beschermd stadsgezicht werd. Dat had er nooit mogen komen. Maar nog erger is het ‘weggeven’ van het Frederiksplein aan De Nederlandsche Bank. Dat is een bunker met tralies, volledig afgekeerd van de stad. Dat is geen toevoeging aan de stad, maar parasiteert erop. Ook het parkgedeelte werkt nauwelijks, het is een soort stedelijke no-go-area.”

 

Tenslotte

 

Het enthousiasme voor de stad en het stedelijk leven van Walther Schoonenberg kwam duidelijk naar voren in dit Stadsgesprek. Dankzij zijn uitgebreide historische kennis, zowel uit eerdere eeuwen als de afgelopen vijftig jaar, kan hij bovendien projecten in een breder perspectief plaatsen. Zijn ideeen over een openbare ruimte die recht doen aan de gebouwen en andersom zal ik zeker gebruiken in mijn raadswerk de komende jaren.

 

Meer informatie over de Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad:

www.amsterdamsebinnenstad.nl 

 

 

www.sebastiaancapel.nl

 





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Amsterdamse winkels 24 uur open. Goed idee?

Bekijk resultaten

persoonlijke websites raadsleden

Gerolf Bouwmeester Carlien RoodinkIvar Manuel
Jan Paternotte (fractievoorzitter)
Sebastiaan CapelPam de SoeteMarjo Visser (duo)



D66 Amsterdam netwerken

D66 Amsterdam Facebook