Beluister deze pagina met proReader

Het einde van de emancipatie-machine [opinie]

maandag 11 juli 2011

Deze week is de derde “Monitor Creatieve Kennisstad” uitgekomen, opnieuw met veel waardevolle informatie over de omvang, wensen en bijdragen van zogenaamde creatieve kenniswerkers. Deze groep blijft in belang toenemen, zowel kwantitatief, maar ook kwalitatief. Zij zijn namelijk bij uitstek de bewoners die gebruik maken van “stedelijke diensten”, zoals horeca, cultuurinstellingen en de openbare ruimte. Voor veel mensen is dit niet verrassend, maar voor de huidige wethouder Maarten van Poelgeest wel. Hij stelt in het begeleidende persbericht: “‘Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat mensen zoveel mogelijk in de stad kunnen blijven wonen”. Ook niet verrassend voor velen, maar voor deze GroenLinks voorman een enorme wending in denken. Hij was namelijk overtuigd van zijn visie van “Amsterdam als emancipatiemachine”, zelfs verwoord in een boekje met dezelfde titel.

 

In het kort kwam deze gedachte erop neer dat mensen met kansen naar Amsterdam komen, die kansen verwezenlijken en dan weer de stad uit moeten. Zij moeten immers ruimte maken voor de nieuwe groep mensen met nieuwe kansen. “Hou je die mensen vast, dan is er geen ruimte. Dat is een slang die in zijn eigen staart bijt.”, zo stelde van Poelgeest destijds, gecombineerd met: “Als je al die mensen wil houden, moet je bouwen in de groene scheggen, ze willen namelijk tuintje-voor en tuintje-achter en daar is nergens anders ruimte voor.” Erg demagogisch allemaal, maar vooral ook helemaal verkeerd gedacht. Veel mensen die in de stad willen blijven wonen, nemen namelijk genoegen met een etagewoning. Maar dan wel een van meer dan 50 vierkante meter, want ze willen er ook met z’n tweeën wonen en wellicht zelfs met kind(eren), de zogenaamde stadsgezinnen.

 

Ik heb als duoraadslid in 2006 veel discussies gevoerd met Maarten van Poelgeest (en met Lodewijk Asscher als het ging om de economie) over de verschillen tussen denken over Amsterdam als emancipatiemachine (hij/GroenLinks) en als creatieve kennisstad (ik/D66). Van Poelgeest bestreed altijd dat die twee visies op de stad conflicteerden, maar met zijn hierboven aangehaalde uitspraak is hij toch echt van visie verwisseld. Want het vasthouden van afgestudeerde (“geëmancipeerde”) kenniswerkers en creatievelingen met kinderen, dat past echt alleen in een visie op Amsterdam als creatieve kennisstad.

 

En dat is maar goed ook voor de stad, want al die creatieve kenniswerkers, maar ook alle andere mensen die bewust ‘kiezen voor de stad’, leveren een belangrijke bijdrage. Zij zijn bereid meer geld te betalen voor minder ruimte, nemen af en toe wat overlast op de koop toe en organiseren hun leven zoals zij dat willen. Dat kan in de stad! Geen eigen tuin in veel gevallen, maar wel een daktuin en een park om de hoek. Geen carport, maar wel een Greenwheels of een ondergrondse buurtgarage.

 

Het is daarom een mooie dag voor de stad en de bewoners: de GroenLinks-voorman heeft het licht gezien en waardeert eindelijk al die mensen die kiezen voor de stad in plaats dat hij ze het liefst zo snel mogelijk de regio instuurt.

 

http://www.dro.amsterdam.nl/publicaties/diverse-publicaties/%40432539/%27dam-zoeken-woning%21/


Sebastiaan Capel
gemeenteraadslid D66 Amsterdam
www.sebastiaancapel.nl





print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Amsterdamse winkels 24 uur open. Goed idee?

Bekijk resultaten

persoonlijke websites raadsleden

Gerolf Bouwmeester Carlien RoodinkIvar Manuel
Jan Paternotte (fractievoorzitter)
Sebastiaan CapelPam de SoeteMarjo Visser (duo)



D66 Amsterdam netwerken

D66 Amsterdam Facebook