Stadsgesprek Lia Karsten over stadsgezinnen
De sterkste groei van gezinnen in de stad is binnen de Ring. Deze gezinnen kiezen bewust voor het stedelijke leven. Sebastiaan Capel sprak hierover in een Stadsgesprek met Lia Karsten van de UvA.
Lia Karsten is sociaal geograaf en verbonden aan het Amsterdam Institute for Metropolitan and International Development Studies (AMIDSt) van de UvA. Zij heeft veel onderzoek gedaan naar gezinnen en kinderen in de stad. Momenteel begeleidt ze meerdere promotie-onderzoeken over het onderwerp. In één hiervan zijn zwangere vrouwen twee jaar geleden bevraagd over hun ideeen over een woonplek. Nu worden ze opnieuw gevraagd hiernaar. De eerste voorzichtige uitkomsten zij dat het merendeel wil blijven, maar ook dat er redenen zijn om weg te gaan. Lia Karsten schreef onder meer het boek “Stadskinderen” en het VROM-rapport “Smaak voor de stad”. In een interview stelde ze al eens dat “de gemeente een blinde vlek voor kinderen heeft.” Reden genoeg voor mij om naar mijn oude faculteit te fietsen voor een Stadsgesprek!
“Er is een hele stadscultuur ontstaan rond deze gezinnen; ze manifesteren zich en claimen de openbare ruimte.”
Nieuw fenomeen
“Vroeger was het duidelijk voor gezinnen: als je het je kon veroorloven, dan trok je de stad uit. De enige gezinnen die je zag waren de heel rijken of juist lagere inkomens. De laatste tien jaar zie je daar een ommekeer in, steeds meer mensen met kinderen uit de middenklasse kiezen bewust voor de stad en zoeken het stedelijke milieu op.” Vaak gaat het hier om hoger opgeleide ouders, merendeel tweeverdieners die binnen de Ring willen wonen; ze zijn hier vaak voor hun studie heen gekomen, hebben een partner gevonden en inmiddels ook kinderen.
Wat deze gezinnen zoeken is “stedelijkheid in de luwte”, zoals Lia Karsten het noemt: rust voor de eigen deur, maar wel reuring om de hoek. Voorbeelden hiervan zijn de Helmersbuurt in West, Middenmeer in Oost en de Deurloostraat in de Rivierenbuurt.
Het belang van gezinnen voor de stad. Er is een breed gedeeld gevoel dat gezinnen goed zijn voor de stad. Ze vormen het draagvlak voor voorzieningen, maar zijn ook een belangrijke schakel in netwerken in de stad. Bovendien dragen ze bij aan het imago en de sfeer in de stad. Karsten stelt boud: “Een stad zonder kinderen is geen stad! Je wil toch niet alleen maar inwoners die de stad inkomen op hun 18e en er weer uitgaan als ze 30 zijn?!” Ik kan me hier volledig bij aansluiten. Zelf vond ik het bijvoorbeeld erg leuk als de kinderen van mijn onderburen aan het spelen waren en de stoep voor de deur weer onderkrijtten.
Stoepcultuur
Stoepen vormen een belangrijk onderdeel van de stad voor gezinnen en hun kinderen, ze vormen een verblijfsruimte, mensen gaan ook steeds meer naar buiten. Lia Karsten ziet een ontwikkeling van het gebruik van de stoep door de gezinnen. ‘ Dit is echt iets nieuws; toen ik in de jaren ’90 onderzoek deed in Zuid was het ‘not done’ om buiten op de stoep te gaan zitten. Dat werd echt beschouwd als iets van de lower-class. Nu is het een onderdeel van de middenklassecultuur, wat opmerkelijk is, want meestal worden dit soort dingen juist van “boven naar beneden” doorgegeven.” Het beeld heeft iedereen voor ogen: spelende kinderen met hun ouders op bankjes langs de gevel die met een glaasje wijn en wat hapjes de laatste zaken doornemen.
Sociaal geografe van het eerste uur Jane Jacobs beschreef ook het belang van (brede) stoepen al. Zij noemde onder meer in dit kader “eyes on the street”: sociale controle, waardoor een buurt gaat leven en men een veilig gevoel heeft. Want veiligheid is voor gezinnen van groot belang.
Goede buitenruimte
De stoep is dus van groot belang voor kinderen én hun ouders, maar in een stad is de concurrentie om buitenruimte groot. Dat blijkt bijvoorbeeld als er een fietsenrek geplaatst wordt, net op dat pleintje waar kinderen altijd voetballen. Dat kan dan dus niet meer! Lia Karsten ziet in de stad verschillende oplossingen. “Op het Westerdokseiland hebben ze courts gemaakt, grote binnenpleinen. Hartstikke leuk, maar dat galmt waanzinnig. De conflicten zijn daar dan ook al snel ontstaan. Die ruimte is nooit berekend op kinderen. Vergelijk dat met het Funen, waar veel meer buitenruimte openbaar is. De hoge gevels aan de randen vormen nog een mooie afscherming.
Grote huizen alleen is niet genoeg
Gezinnen hebben ruimte nodig, dat is duidelijk. Een etage met een kind is nog te doen, maar als de tweede komt, wordt er toch gekeken naar een groter huis. Maar het opvallende is dat de groep stadsgezinnen bereid is offers te maken om in de stad te blijven wonen, ook op het gebied van oppervlakte. “Dit is een atypische groep in hun woonwensen, oppervlakte alleen is niet doorslaggevend, het gaat ook om de locatie en om de mogelijkheden in de woonomgeving.”, vertelt Karsten. “ Bovendien gaat het ook om de indeling van het huis. Als je ziet wat oorspronkelijk in Nieuw-West is gedaan; dat zijn niet de grootste huizen, maar ze zijn uitgekiend ingedeeld. Tegenwoordig zijn appartementen niet meer geschikt voor kinderen. Er is veel open ruimte, terwijl je met kinderen juist ook deuren wil dicht kunnen doen. Of er is maar één slaapkamer…..”
Ontwikkelen vanuit gezinnen
“Er wordt in Amsterdam niet gebouwd met bepaalde groepen op het netvlies. De gedachte is “de stad is voor iedereen, dus bouwen we voor iedereen’. Maar het gevolg is dat je juist voor niemand bouwt! Er komen woningen waar singles goed uit de voeten kunnen, maar groepen met bijzondere wensen/ eisen, komen niet aan de bak. Dat zijn de gezinnen, maar ook bijvoorbeeld ouderen.” Volgens Karsten zou de transformatie van de stad, die nu gaande is, gebruikt moeten worden om de stad beter geschikt te maken voor stadsgezinnen. “Er komen meer koopwoningen, nieuwe complexen worden gerealiseerd in de bestaande stad. De vraag is wat we daar gaan doen. Doen we hetzelfde als voorheen of bieden we gezinnen de ruimte?”
En dit geldt ook voor de buitenruimte, zoals hierboven beschreven. Niet alleen stoepen, maar ook speeltuinen zijn van enorm belang voor gezinnen. “Wie denkt er bij een stad aan een speeltuin? Terwijl dit juist een enorm stedelijke voorziening is. Vroeger werden ze gesticht door de arbeidersbewegingen die hun eigen speeltuinvereniging hadden.” De laatste jaren zijn er maar spaarzaam nieuwe, grote, speeltuinen bijgekomen. Op IJburg is zelfs nog driftig campagne gevoerd moeten worden door de bewoners voor de eerste metaforische “wip-kip”.
voor meer Stadsgesprekken kijk op www.sebastiaancapel.nl
NB ik heb het voortdurend over “Stadsgezinnen”; ik versta hieronder die gezinnen die er bewust voor kiezen in de stad te blijven wonen, ook na de komst van kinderen. Er zijn natuurlijk ook andere groepen gezinnen, zoals eenoudergezinnen en migrantengezinnen. Ook zij verdienen meer aandacht in het beleid.
De keus voor de groep, zoals ik die definieer, is echter ingegeven door het feit dat dit een nieuw verschijnsel is van de laatste tien jaar. En uit onderzoek blijkt dat de sterkste stijging van gezinnen in de stad juist deze groep betreft. Daarom moet er meer aandacht komen voor stadsgezinnen. Er staat een bijeenkomst op stapel en ik zal een initiatiefvoorstel schrijven voor de gemeenteraad met concrete punten die de gemeente kan ondernemen. Bovendien hoop ik door dit onderwerp te agenderen dat er ook meer aandacht komt voor de andere groepen gezinnen in de stad.
Meer nieuws
- Marjo Visser nieuw D66-raadslid Amsterdam 23-5-2012
- Juni D66-maand 18-5-2012
- In vijf stappen naar een moderne en flexibele gemeente 11-5-2012
- Dichte bruggen Amstel zorgen voor verkeerschaos 10-5-2012
- Kunstwerk duurzame energie onthuld 10-5-2012
- D66-raadslid Sahin verlaat gemeenteraad Amsterdam 8-5-2012
- D66 wil een kleinere en flexibele gemeente 5-5-2012
- D66 Amsterdam wil Dag van de Dienstverlening op 1 mei 2-5-2012
- D66 blij met aanbesteding fiscale parkeerhandhaving 27-4-2012
- D66: kansen voor Amsterdam Agenda 26-4-2012




word lid